Zomerzon en Welsh rood, verantwoord fokken.

Gepubliceerd op 4 oktober 2026 om 09:47

Op deze prachtige zonnige dag tijd leek het mij weer eens tijd voor een klein lesje fokkerij. Voordat ik begon met het fokken van de Welsh was dit al geen onbekend fenomeen. Vanuit de veehouderij is dit ook een belangrijk aspect. En nee dat heeft niet met de ruimte te maken die we hebben ;p. Dit heeft alles te maken dat de focus ook daar ligt op een zo gezond mogelijk dier. 

Voor het stamboek fokken van een hondenras is het niet alleen van belang dat de reu en de teef van hetzelfde ras zijn. Er zijn nog een aantal andere belangrijke punten waar je naar kijkt: gezondheid, gedrag, uiterlijk en de COI (inteelt coëfficiënt).

Met betrekking tot de gezondheid is de Raad van Beheer op het moment druk bezig om de richtlijnen duidelijker en strakker te krijgen. Voor ons ras houdt dit in dat de heupen en de ogen moeten voldoen aan de minimale eisen. Daarnaast kijk je als verantwoord fokker nog verder. Zijn er geen erfelijke ziekten aanwezig in de lijnen van zowel de vader als de moeder? Helemaal uitsluiten kun je het helaas nooit maar je probeert het wel te voorkomen.

Het gedrag van zowel de moeder als vader zorgt voor een gedeelte voor het gedrag van de pup. Voor ons is het belangrijk dat we fokken met een enthousiaste, lieve en naar anderen tolerante hond. Wanneer 1 van deze kenmerken van een teefje meer aanwezig is dan de ander, zoeken we een reu die dit aanvult. De pups moeten straks geschikt zijn als een fijne huishond.

Wat betreft het uiterlijk kijken we naar de ras standaard. We proberen daar zo dicht mogelijk bij te blijven. Geen enkele hond is echter perfect. Is het teefje iets groter dan je eigenlijk zou willen? Dan kiezen we voor een kleinere reu.

De laatste is de meest ingewikkelde: de COI. Deze heeft betrekking tot de genetische verwantschap van de ouderdieren. Bij een relatief “klein” ras als de Welsh Springer Spaniel kan dit een interessante uitdaging zijn. Mede daarom hebben wij ook uit 2 verschillende landen voor ons nieuw bloed geïmporteerd. Met de nadruk op “voor ons”. Er zijn binnen de fokkerij 2 verschillende methoden: lijnteelt en outcross.

Bij lijnteelt blijf je zo dicht mogelijk bij de originele lijn waaruit de hond is gefokt. Dit wordt gedaan om te zorgen dat de hond zoveel mogelijk bij hetzelfde type blijft. Voor het behoud van de genetische variatie wordt af en toe een hond uit een “vreemde” lijn gekozen die wat betreft type goed bij jouw lijn past. Daarnaast is er outcross waarbij altijd gebruik wordt gemaakt van verschillende lijnen om de gewenste raskenmerken verder te versterken en de genetische variatie te vergroten. Bij beide methodes staat uiteraard de gezondheid voorop en beide methodes vullen elkaar aan. Waarbij een hond uit lijnteelt kan zorgen voor bepaalde specifieke ras typische kenmerken tijdens outcross en een hond uit outcross kan zorgen voor genetische variatie binnen de fokkerij bij lijnteelt.

Een mooi voorbeeld van al deze punten is onze Rick (Glenbrows Maverick).

Gezondheid: Zijn verplichte gezondheidsresultaten waren zoals verwacht: Heupen HD A en geen aantoonbare erfelijke afwijkingen bij zijn ogen. Daarnaast is door mijn vriendin en mede-eigenaar uitgebreid onderzoek gedaan in de Engelse papieren om andere eventuele problemen uit te sluiten.

Gedrag: Hij heeft inmiddels bewezen zich uitstekend te gedragen. Hij is altijd de echte Engelse gentlemen met zowel bekende als onbekende reuen en teven. Hij zet nooit een poot scheef. Ook na zijn eerste dekking is dit gedrag niet veranderd. Het is een enorme knuffelbeer die gek is op aandacht van jong en oud. Precies wat wij zoeken in een hond.

Uiterlijk: Na mijn bezoek aan Crufts vorig jaar (een bekende Engelse hondenshow) werd ik opslag verliefd op de Glenbrows honden. Ze hebben iets wat mijn honden missen en wat Rick als Glenbrows afstammeling daardoor kan toevoegen: een prachtige dieprode kleur.

COI: Dit is wat een ingewikkelder verhaal. Deze waarden kun je vinden op welshspringerspaniel.breedarchive.com. De COI van Rick zelf is wat hoger dan de gemiddelde Welsh in Nederland over 7 generaties (17.89%). Dit omdat Rick uit de zogenoemde lijnteelt komt. Iets wat je als fokker in je achterhoofd houdt en vergeet niet: geen enkele hond is perfect. Het grootste risico van lijnteelt is een erfelijke aandoening. Wanneer deze aanwezig is in de lijn, is de kans op het doorgeven van de aandoening van de pups een stuk groter. Zoals eerder genoemd is, zijn de lijnen van Rick uitgebreid onderzocht en zien we hier geen risico.  Daarnaast is hij voor mijn fokkerij nieuw bloed en in combinatie met mijn teefjes met een lage COI, geen probleem. Bijvoorbeeld bij Novi ligt deze op 1,64%. De COI van de pups van Novi en Rick uit ons laatste nest zakt daardoor behoorlijk en ligt op 1,85%.

Fokken is en blijft een puzzel waarbij je probeert alle puzzelstukjes zo goed mogelijk passend te maken. We doen dit met veel passie en plezier voor ons prachtige ras!.

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.